Zinnen

Hoe zeg je dat nou anders?
 
Met een zin probeer je iets duidelijk te maken. Dikwijls schrijven we de zin gewoon op zoals die in ons opkomt. En dikwijls laten we het dan zo.
Nou niet altijd, want we lezen in het stukje 'Nomineus' onder het kopje Woorden, dat het soms zinvol is om te kijken of met de gebruikte woorden ook de juiste woorden zijn gebruikt.
Maar ook onze zinnen vragen aandacht. Hiervoor maken we gebruik van een simpele ontleding. Een zin bestaat uit woorden en woordengroepen. Deze laatste, constituenten,
zijn woordengroepen met een op zichzelf staande betekenis. In bijvoorbeeld de zin: 'Zij droeg die ochtend het blauwe gestreepte overhemd van de bovenmeester' zijn de volgende constituenten aan te wijzen:

Nu we de constituenten hebben benoemd kunnen we de zin ook anders formuleren: Die ochtend droeg zij het blauw gestreepte overhemd van de bovenmeester. Dat prikkelt onze fantasie. We kunnen dus hetzelfde anders zeggen door te spelen met de constituenten. Voegen we daar hier en daar zo nodig iets aan toe, dan krijgt de zin - subtiel - een iets andere betekenis: Van de bovenmeester droeg ze die ochtend zijn blauw gestreepte overhemd.  Dat is raar (zij moest toch niets van hem hebben?).

Dikwijls zijn er met deze omwisselingen mooie zinnen te maken: Aan de rode veters zag hij dat ze nieuwe schoenen droeg (Hij zag dat ze nieuwe schoenen droeg met rode veters). Met aandacht schrijven, op zoek naar het juiste effect, is dus niet alleen het goede woord vinden, maar ook de mooiste zinsamenstelling.

 

 

 

 
 
 
Powered by webXpress