Structuur

Structuur van het verhaal

 

 

De loop van het gehele verhaal dat uiteindelijk het  boek vormt kun je bezien als een lijn, van het begin tot het einde, die wordt gekenmerkt door een opeenvolging van onderwerpen die met elkaar het verhaal maken. Daarbinnen zijn er markante, opvallende punten die de belangrijke ontwikkelingen in het verhaal aangeven. Bijvoorbeeld: een ontdekking,  een ongeluk, of de plotselinge beëindiging van een liefde, kortom gebeurtenissen die van belang zijn voor het verloop van het verhaal. Naar analogie van Van der Kunnoemen we deze markeerpunten ‘actiemomenten’.

Daarnaast is de ontwikkeling die de hoofdpersoon van het verhaal doormaakt. Dit hoeft zeker niet de catharsis uit het Griekse drama te zijn; groei naar volwassenheid, het verkrijgen van inzicht, of het bereiken van een ideëel doel kan even goed de ontwikkeling van een personage verbeelden.

Zoals elke groei weerstand ervaart, zo is het bereiken van de gestelde doelen, en daarmee ook de ontwikkelingsgang van het personage, niet zonder strijd, wrijving of tegenslag. Of het nu de liefde is die niet beantwoord wordt, het dwarsbomen van een rivaal, of de orkaan die alles onmogelijk lijkt te hebben gemaakt, alleen door de weerstand het hoofd te bieden en te overwinnen zal de protagonist zegevieren.

Ten slotte is er de structuur, het raamwerk waarin het verhaal wordt verteld. Elk romanverhaal is een aaneenschakeling van fragmenten, scènes die een aspect of element van het verhaal vertellen. Bij elkaar vormt het geheel aan scènes het verhaal. De scènes behoeven niet de chronologie van het verhaal te volgen. Sprongen in de tijd zijn niet alleen gebruikelijk, vaak geven zij ook spanning aan het verhaal. Scènes zijn ook verschillend van lengte, verschillend van omgeving en personages.

Bij nadere beschouwing van een scene zien we dat hierin het volgende aan de orde kan komen: 

Beschrijving van het decor waarbinnen een handeling plaatsvindt

Beschrijving van de achtergrond / het verleden van hoofdpersoon

Verklaring van de reden van aanwezigheid van de hoofdpersoon binnen de gegeven omstandigheden

Beschrijving van de handeling(en), zowel het eigen acteren als dat van derden.

Persoonlijke reactie of reflectie op handeling en omgeving van het personage of op dat van het acteren van anderen

Een terugblik (flash back) op relevante gebeurtenissen.

Wie een willekeurige roman te hand neemt zal snel deze onderscheiden beschrijvingen herkennen en tegelijk zien dat zij dikwijl door elkaar heenlopen, terwijl de lezer goed begrijpt wat er gebeurt.

Alle elementen komen ook niet gelijktijdig aan bod. Soms wordt de verklaring van iemands aanwezigheid in het beschreven decor bewust nog even achterwege gelaten.

Een fragment

Dit alles passeerde Mae toen ze van de parkeerplaats naar het hoofdgebouw liep en erg haar best deed eruit te zien alsof ze daar thuishoorde. Het wandelpad kronkelde om citroen- en sinasappelbomen heen en de steenrode kinderkopjes waren hier en daar vervangen door tegels met dwingende, inspirerende teksten.

In dit fragment onderscheiden we het acteren van het personage (4) (liep naar het hoofdgebouw), reactie op handeling of omgeving (5) (haar best deed eruit te zien of ze er thuishoorde) en beschrijving van het decor waarbinnen de handeling plaatsvindt (Het wandelpad kronkelde..etc).

Het begin en het einde van de scene hoeft niet noodzakelijkerwijs samen te vallen met begin en eind van de gebeurtenis die wordt beschreven.

Het spreekt vanzelf dat de eerder genoemde actiemomenten een plaats krijgen in de handeling van een scene. Niet noodzakelijkerwijs in elke scene.  Het door de lezer herkennen van een actiemoment hoeft niet op het moment te gebeuren dat het wordt gelezen. Het belang van iets kan ook later blijken, wanneer er andere feiten worden onthuld.

De noodzaak om van het verhaal een logisch en begrijpelijk geheel te maken betekent niet dat elke scene in dit licht behoeft te klinken als een klok: de lezer mag best enige twijfel ervaren over plaats, noodzaak en relevantie van een scene, evenwel op voorwaarde dat dit (niet al te veel later) duidelijk zal worden.

Nu is het niet zo dat de aaneenschakeling van scènes strikt de  chronologie van het verhaal dient te volgen. Door met de volgorde te spelen kan er een relatie worden gelegd met het verleden -  een handeling in  het heden kan door het verleden worden verklaard - zonder dat de gehele geschiedenis aan de lezer bekend hoeft te zijn. Omgekeerd kan ook: het verleden - verhaald in een flash back - kan worden verklaard door gebeurtenissen in het heden.

En dan is er nog de simultane schakeling van scènes: verschillende handelingen die ogenschijnlijk gelijktijdig plaatsvinden, maar (hoe kan het anders?) na elkaar verteld worden.

Frank Heine

 
Powered by webXpress